Samenwonen of (her)trouwen

Wanneer is er sprake van samenwonen?

Men spreekt van samenwonen als twee of meer personen (van verschillend of van hetzelfde geslacht):

  • op hetzelfde adres wonen
  • geen bloed- of aanverwanten zijn van elkaar tot en met de derde graad
  • verklaren elk financieel of op een andere manier bij te dragen in het huishouden

Voor samenwonenden en getrouwden of hertrouwden geldt dezelfde kinderbijslagregeling.

Wat betekent het voor je kinderbijslag?

Ouders die (her)trouwen of gaan samenwonen, kunnen kinderbijslag aanvragen voor hun eigen kinderen, hun gemeenschappelijke kinderen en de kinderen van hun partner (zie Bedragen).

Alle kinderen voor wie kinderbijslag wordt uitbetaald, worden meegeteld. Dit is ook zo als verschillende kinderbijslagfondsen betalen aan hetzelfde getrouwde of samenwonend gezin.

Voor een tweede kind krijg je meer kinderbijslag dan voor een eerste, vanaf het derde kind is het bedrag nog hoger.

Als de overlevende ouder van een weeskind hertrouwt, vervalt het recht op de verhoogde wezenbijslag.

Wat betekent het voor je extra toeslagen?

Als je verhoogde wezenbijslag kreeg, en je hertrouwt of je gaat samenwonen, dan krijg je het bedrag van de gewone kinderbijslag.

Als je kinderbijslag kreeg op basis van een overlevingspensioen, dan verlies je dat recht door te (her)trouwen of te gaan samenwonen. Het kinderbijslagfonds onderzoekt zelf of je echtgenoot of je partner een recht op kinderbijslag kan openen.

Als je een sociale toeslag kreeg als éénoudergezin, dan verlies je dat recht als je (her)trouwt of gaat samenwonen.

Als je een toeslag kreeg als langdurig werkloze, langdurig zieke, invalide of gepensioneerde, dan verlies je die misschien als je hertrouwt of gaat samenwonen. Het inkomen van de echtgenoot of partner telt mee.